PERSOONSBESCHRIJVINGEN
van de schoenen-tak



IVc Reynier van BOMMEL
geboren 12-06-1673, Cleyn Dongen, overleden 16-06-1734, Breda.
Gehuwd (1) met Johanna (Jenneke) ADRIAENSE. Gehuwd (2) met Cornelia van LIMP.

Reynier woont in 't Zwaantje, (westzijde) Ginnekenseind, Breda; nu Ginnekenstraat 78.

In 1699 verklaart ene Reynier van Bommel 200 gulden schuldig te zijn aan Cathalijn Janssen Crijnen van Oerssel (Breda N 349 fol. 327).
Op 18 october 1706 wordt het verzoek van Reynier om als poorter van Breda te worden ingeschreven, ingewilligd. Hij krijgt door het kopen van het poortersrecht gelijke rechten als zijn medeburgers met name kan hij lid worden van een ambachtsgilde. De tekst uit het poortersboek luidt: "Reynier van Bommel geboortich van Cleyn Donghen in de Baronie van Breda, is poorter geworden. Heeft eed gedaen ende de gerechticheyt daertoe staende betaelt. Ende is voor hem borge gebleven Cornelis Schernels borger ende brootmaeker".

Er is nog geen volledig bewijs dat het deze Reynier is die trouwt met Jenneke Adriaanse. Er zijn namelijk nog twee andere Reynier van Bommels in deze tijd. Een is "karrelayer".

Op 16 september 1720 maken Reynier en Jenneke hun testament (Breda N 600 fol 81), ongeveer 3 weken voor de dood van Jenneke. Jenneke is dan "sieckelijck en te bedde leggende". Er staat o.a. "op te voeden ende groot te brengen henne minderjarige soone Christiaen ende deselve te onderhouden in cost ende te betalen ssodanige somme van zestigh guldens als sij testateuren aen hennen andere soone Adriaen ten huwelijck tredende gegeven hebben". Adriaen is inderdaad al in 1719 getrouwd. Het lijkt dus dat de andere minderjarige zonen, Johannes en Cornelis, al overleden zijn. De akte is ondertekend met het merkteken van Reynier en Jenneke, die beide verklaren niet te kunnen schrijven.


Vc Adrianus van BOMMEL
gedoopt (RK kerk Brugstraat) op 07-01-1698, Breda, overleden voor 1748.
Meester schoenmaker. Gehuwd (1) met Maria Cornelia JANSEN. Gehuwd (2) met Isabella van ACKERE.

Adrianus, de zoon van Reynier van BOMMEL, is borger van Breda. Adriaan en zijn broer Christiaan verkopen op 2 januari 1742 voor 285 gulden een huyshen gelegen aan de Westzijde van het Ginnekenseynde in Breda. De twee broers zijn de eerst bekende schoenmakers in het geslacht van Bommel.


VIb-2 Adrianus van BOMMEL
gedoopt, 24-06-1761, Baarle Hertog, overleden, 31-10-1800, Baarle Hertog.

Adrianus woont enige tijd op de Rijshof in Tilburg en in "den pastorij huyzinge" in Moergestel. Als hij in Tilburg woont leent hij 350 gulden van Pieter Eekelen, schoenmaker in Oosterhout.
Hij toont zijn "borgbrief" uitgegeven in 1795 in Baarle Hertog, op 26 februari 1797 in Moergestel. Zijn jongere broer, Johannes Petrus, woont dan al als schoenmaker in Moergestel.

Volgens het Rechterlijk Archief van Moergestel (inv. 249 van 1798 en inv. 641 met documenten uit 1797 tot 1801) vertrekt Adrianus "omtrend den thienden en elfden november 1797 sonder domestieqen knegt of dienstmeyd agter te laten of eenige ordere op zaken en goederen gesteld te hebben". Mensen die bij hem in de kost hebben gewoond verzoeken de secretaris van Moergestel zijn eigendommen te beheren. Ook om de schuld uit de Tilburgse tijd te kunnen voldoen worden de bezittingen van Adrianus publiekelijk verkocht. De handgeschreven aankondiging luidt:
"Op vrijdag den eerstte juny 1798 zal aan den Raadhuyze te Moergestel publiek worden verkogt veele meubelen huysraad en keuken gereedschappen benevens tavels stoelen koper tin glazen ijzerwerk aardewerk porcelijn schilderijen cieradien prenten vergulde en andere beelden bedden school en tuyn gereedschap erwten boonen en hetgeen verder zal te berde koomen. Men zal precies ten 10 uren beginnen, voor de vercoping van 8 tot 10 uren kan alles worden bezigtigd".

In 1799 schrijft Adrianus de "municipaliteit van Moergestel" dat hij "zeedert de maand september des jaares 1797 een langdurige rijsen heeft moeten doen". Hij vraagt "nu alhier bij mijnen famillie geretourneert zijnde de cooppenningen des verkogte goederen tegen en onder korting zijn (door de secretaris) gemaakte kosten en de nog onverkogte kleederen, boeken en goederen over te geeven". De municipaliteit gelast op 6 september 1800 "met hem of die geenen welke hij overmids zijne krankheid daartoe zal koomen te gelasten, af te reekenen". Ruim een maand later overlijdt Adrianus, ongehuwd, in Baarle Hertog.


VIb-4 Joannes Franciscus van BOMMEL
gedoopt, 11-01-1765, Baarle Hertog, overleden, 29-03-1826 te Hoogstraaten (Belgie).
Schoenmaker.

Joannes Franciscus is een jongere broer van bovenbeschreven Adrianus (die in 1761 geboren is).

In het burgerlijke stand register van Hoogstraaten staat op 30 maart 1826 o.a.:
"zijn gecompareerd d'heeren Ludovicus Baudart, directeur van het Bedelaers werkhuis en Joannes Petrus Schellekens, geemployeerde, geen bloedverwanten van de overledenen, welke comparanten ons hebben verklaard dat Joannes van Bommel, oud een en zestig jaren, schoenmaker van beroep, geboren en woonagtig te Baarlehertog (de namen zijns ouders alhier onbekend) opgeslotenen; overleden is op gisteren om zes uren s'morgens in opgemelde bedelaers werkhuis".

Een keizerlijk decreet (Napoleon) van 1810 beval: "Al wie zonder bestaansmiddelen is en genoodzaakt is te bedelen, zal zich binnen de 20 dagen bij het bestuur van zijn lokaliteit aanbieden om opgenomen te worden in Hoogstraaten. Wie aan dit bevel niet gehoorzaamt, zal door de marechaussees aangehouden worden en naar het gesticht gevoerd. Alleen de gouverneur kan bevel tot ontslag verlenen".


IXa Johannes Peter van BOMMEL
geboren, 29-06-1836, Moergestel, overleden 15-12-1887, Moergestel.
Schoenmaker. Gehuwd met Johanna van DINTER.

Johannes Peter is de eerste van Bommel van de negende generatie. Jan van Bommel, de oudst bekende stamvader, is zijn " oud betovergrootvader".
Johannes Peter is uitgeloot voor dienst in de Nationale Militie.

Hij sterft op 51 jarige leeftijd.
Johanna van Dinter, zijn vrouw is de weduwe die naamgeefster is van
"Schoenfabriek Weduwe J.P. van Bommel". Zij overlijdt op 73 jarige leeftijd in 1916.

J.P. van Bommel   Wed. J.P. van Bommel

ga naar andere foto's

Verkorte weergave van Memorie van Successie van Johannes Peter uit 1888: Nalatenschap van Johannes Peter bestaat o.a. uit: de onderdeelde helft in twee huizen met erf en tuinen te Moergestel, tezamen groot 13 aren 18 centiaren geschat op eene verkooptwaarde van fl 2500,=. Het onbedeeld 1/6 gedeelte in een perceel heide en moeras gelegen te Moergestel tezamen groot 79 aren 50 centiaren geschat op fl 3,=. De onverdeelde helft in den huislijken inboedel als meubelen, linnen, pellen, kleederen, goud en zilver, levensmiddelen, brandhout enz. geschat op fl 707,50. 1/2 gedeelte in den voorraad van schoenen, laarzen, leder, mastiek, fournituren, gereedschappen en stikmachines geschat op fl 1200,=. 1/2 gedeelte in manufacturen, kruidenierdwaren en verdere winkelvoorraad geschat op fl 600,=. Contante gelden op den dag van het overlijden fl 200,=. 1/2 in vee en pluimgedierte geschat op fl 25,=.

Opmerking: de kruidenierswaren en winkelvoorraad houden verband met de in die tijd gebruikelijke "gedwongen winkelnering" waarbij fabrieksarbeiders een deel van hun loon moesten besteden in een aan de fabriek behorende winkel).

De grafsteen van Johannes Peter van Bommel en zijn vrouw Johanna van Dinter staat nog op het kerkhof van Moergestel.

De moeder van Johannes Peter van Bommel: Maria van Gijzel, schoenmaakster (1806-1878).
Zij stamt uit een oud molenaarsgeslacht uit Hilvarenbeek, dat teruggaat tot de molenaar van de watermolen te Baeschot bij Hilvarenbeek (geboren circa 1485).

ga naar andere foto's


IXb Cornelius van BOMMEL
geboren, 25-04-1838, Moergestel, overleden, 19-09-1883, Moergestel
Schoenmaker. Gehuwd met Maria van DINTER.

Cornelis is de jongere broer van de bovenbeschreven Johannes Peter (geboren in 1836). Evenals Johannes Peter sterft ook Cornelis op nogal jonge leeftijd (45 jaar). Ook zijn weduwe (een zus van de vrouw van Johannes Peter) zet een schoenmakerszaak voort.

21 November 1888 wordt, vermoedelijk door een bank, het volgende geschreven: "C. van Bommel Moergestel. Deze zaak bestaat reeds vele jaren. Sedert de dood van C. van Bommel, zet de weduwe de zaak voort met haar zwager Frans van Bommel, die ongehuwd is. Het zijn oppassende werkzame menschen. De weduwe bezit eenig vast goed, dat men bijna zeker weet dat onbelast is. De zaak wordt bijna geheel gedreven met eigen kapitaal, want van het crediet bij hun Kassier wordt tot een klein bedrag gebruik gemaakt. De firma doet aardig zaken en heeft een zeer solide cliŽntelle. De betalingen gaan zeer geregeld. Fr. van Bommel moet goed bediend worden. De betalingen gaan zeer geregeld en met gerustheid kan een goederencrediet van f 1000, verleend worden."
Deze firma is de voorloper van de Schoenfabriek "de Duifjes".

De derde zoon, Petrus Lodewijk,is samen met zijn oudere broer, Johannes Fransiscus, een van de firmanten van schoenfabriek de Duifjes. Petrus Lodewijk trouwt met Martina Mathijssen.

moergestel41.jpg (39075 bytes)

Familie Petrus Lodewijk van Bommel Mathijssen in 1925
v.l.n.r. Louis jr., Louis sr., Riet, Kees, Martha van Bommel Mathijssen, Pieter, Nel
Ga naar andere foto's

De jongste zoon, Vincentius Antonius (San), geboren in 1882 in Moergestel, is gedurende ruim 50 jaar procuratiehouder bij bierbrouwerij "De Drie Hoefijzers" in Breda. Op 32 jarige leeftijd is hij tijdens de mobilisatie in 1914 militair, ingekwartierd in de Markiezenhof te Bergen op Zoom.

SanBom1.jpg (74371 bytes)

San van Bommel (met hond en op paard) tijdens de mobilisatie in 1914.
Ga naar andere foto's

SanBom2.jpg (60117 bytes)


Xc Franciscus Johannes (Janus) van BOMMEL
geboren, 23-03-1876, Moergestel, overleden, 30-01-1954, Moergestel.
Schoenfabrikant (Schoenfabriek Wed. J.P. van Bommel). Gehuwd met Wilhelmina Helena (Mina) van LUBEEK.

Janus is de zoon van Johannes Peter van BOMMEL en Johanna van DINTER (de weduwe JP). Janus werd "uit hoofde van te klein zijn" vrijgesteld van dienst in de nationale militie.

Janus was al voor zijn trouwen negen dagen voor zaken in Berlijn voor de schoenfabriek.

Een toespraak van broer Gust ter gelegenheid van het 25 jarig huwelijk van Janus en zijn vrouw Mina in 1933 maakt de betekenis van F.J. van Bommel voor de schoenfabriek Wed. J.P. van Bommel duidelijk:
"Ik denk thans aan het tijdstip, geachte broer, waarop gij op nog zoo'n jeugdigen leeftijd geroepen werd de leiding onzer zaak op U te nemen. Hoewel toen reeds, dank zij de begaafdheid van wijlen onzen dierbaren vader, de van Bommel's schoen glansrijk de concurrentie met collega's kon doorstaan, was het in het begin der 20ste eeuw, dat Uw vooruitziende blik de noodzakelijkheid van omwerping van het roer inzag en onze handwerkzaak op machinalen leest ging schoeien. Uw meer dan middelmatig genie en onovertroffen koopmansgeest hebben in den loop der jaren onze zaak tot steeds grooter bloei gebracht."

In 1933 werd er een rijdende tentoonstelling georganiseerd in de zgn. Oranjetrein. Schoenfabriek Wed. J.P. van Bommel deed hier als enige schoenfabrikant aan mee.

oranjetrein.jpg (75920 bytes)

Franciscus Johannes (Janus) van Bommel in 1933 met zijn auto voor de Oranjetrein.
Ga naar andere foto's.