PERSOONSBESCHRIJVINGEN
van de religieuzen-tak



VIi Anton Cornelis Martinus van BOMMEL
gedoopt, 01-12-1762, Leiden, overleden, 08-12-1803 te Antwerpen.
Directeur handelshuis. Gehuwd met Joanna Cornelia van der KUN. Gescheiden na 15 jaar huwelijk.

Anton Cornelis is een kleinzoon van Peter Janssen van Bommel die op zijn beurt een broer van de eerder beschreven Michiel van Bommel is. Anton Cornelis is de vader van de latere bisschop van Bommel.

Hij leidt het handelshuis Cornelis van Bommel en Zoon: hij is de Zoon in de firmanaam.

In 1797 neemt hij wegens knoeierijen de wijk via Brabant naar Parijs. Er blijkt een tekort van 93000 gulden te zijn. Uit een brief van 29 september 1797 van A.P. van der Kun aan de familie (Bisschoppelijk archief Luik):

"onse zwager Antony van Bommel die sedert eenige tijd een verfoeylijke conversatie gehouden heeft met sekere Weduwe van Dinther is saterdag ogtend onder voorwendsel vanna Rotterdam te gaan, uyt sijn thuys vertrokken, sonder dat hij tot Rotterdam bij ons is geweest, reedene waarom wij seer vreese dat hij met dat vrouwspersoon vort is".

Zijn moeder (Johanna Cornelia Ruygrock) en vrouw (Joanna Cornelia van der Kun) laten hem opsporen en aanhouden, waarna hij overgebracht wordt naar een Verbeteringshuis in Delft. Zijn moeder, zijn vrouw en Vincent Buzzi (in Milaan geboren) sluiten een contract om de zaak gezamenlijk voort te zetten.

In 1799 scheiden Anton Cornelis Martinus en Joanna Cornelia van der Kun van tafel en bed. Uit briefwisselingen van de familie die bewaard gebleven zijn in het bisschoppelijk archief van Luik blijkt de relatie van Anton met Marie Therese Coenen, weduwe van Theodore van Dinther tot aan zijn dood (na een ziekte van 8 dagen in l'Auberge Estaminet le Steur aan de Vismarkt in Antwerpen) voort te duren.
Anton plaatst 10 september 1798 een advertentie in de Haagsche Courant:

Iets ingekort:
"Legt op de pers en zal eersdaags werden uitgegeeven: en alom by de voornaamste Boekverkoopers te bekoomen: Eene waragtige beschrijving, behelzende de lotgevallen van den zedert de maand Februarij dezes Jaars zoo veel gerugtmaakende Burger A.C.M. van BOMMEL, ... -geduurende zyn Huwelyk de gedraagingen van zyne Vrouw, haare bejeegeningen en mishandelingen, als ook zyne zogenaamde Civiele arrestatie in Parijs, op haar verzoek - detensie in den Tempel geduurende de maand January - Wedervaaren aldaar - zyn transport van daar naar herwaards en de preparatures om hem, gelyk aan, een DIEF of MOORDENAAR of diergelyk sujet te doen vervoeren, dan het welk door het Edelmoedig en Menschlievend Fransche Gouvernement even in tyds nog is voorgekomen, zijn arrivement alhier, en daar na confinement in het verbeterhuis de drie Taarlingen te Delft - ... alles door zyne Vrouw, en A.P. VAN DER KUN bewerkstelligd; mitsgaders hunne gehoudene en nog voortduurende gedraagingen met hunne Schoonbroeder GERARDUS VAN BOMMEL.
A.C.M. VAN BOMMEL"
ga naar andere foto's

Al in maart 1798 stond de volgende advertentie in dezelfde krant:

Iets ingekort:
"De Burgeresse Weduwe VAN DINTER, geboren COENEN, houdende een ... Huis van Commercie te Parys, en Bewaarplaats (Depot) van Waaren te Leyden, alwaar zij insgelyks een Huis heeft, is onderrigt dat Kwalykgezinden van den eenen kant, en misleide Lieden, van den anderen kant, het hoonend gerugt verspreiden, dat de welgesteldheid, van welke zy zedert twee à drie Jaaren in haare zaken het genot smaakt, niet voorkomt uit de vrugt van haaren arbeid, en van haar geluk, of bedrevenheid in den Koophandel, maar uit de strafwaardige overdaadigheden van den burger A.C. van Bommel van Leyden, zedert verscheide Maanden in onderscheidene Gevangenissen vastgehouden, zonder accès, zonder middelen van verweering, en op eene wyze, die tegens alle Wetten stryd. De voorn. Weduwe VAN DINTER verontwaardigd over deze onbillyke gerugten, ... DAAGT allen uit, om die voornoemde gerugten, voor getuigen, of door getekend geschrift, staande te houden. Zy bied de somme van drie honderd gouden Ducaaten, dien geenen aan, welke zal kunnen bewyzen of bevestigen, dat zy van den voornoemden van Bommel eenige somma, hoe ook genaamd, heeft ontfangen, welke zij niet aan hem, op de overeengekomen Termynen, heeft terug gegeeven of betaald.
...
Weduwe VAN DINTER,
geboren COENEN"
ga naar andere foto's


VIi-5 Cornelis Richard Anton
gedoopt, 05-04-1790, Leiden, overleden, 07-04-1852, Luik.
R.K. priester (gewijd 8 juni 1816) en bisschop van Luik.

Cornelis Richard Anton is een zoon van de hiervoor beschreven Anton Cornelis Martinus van Bommel.

Uittreksel uit "de brieve" van zijne heiligheid Pius IX aan het Kapittel der Kathedraalkerk van Luik (dd. 29-4-1852):
"Ook Wij hebben met groote smart vernomen van dien Prelaat die om zijne uitstekende godsvrucht en buitengewoone eerbiedigheid jegens Ons en den Apostolischen Stoel, als ook om zijne bisschoppelijke waakzaamheid in het beschermen der katholieke belangen en het verzorgen der hem toevertrouwde kudde, Onze toegenegenheid en achting verkregen had".

Mgr. Cornelis Richard Anton van Bommel steekt met kop en schouder uit boven de Nederlandse clerici die in de eerste helft van de 19e eeuw een aandeel hadden in het bestuur van de Hollandse Missie. Hij is het idool van enkele generaties priesterstudenten geweest. Na zijn middelbaar onderwijs in een pensionaat bij Münster (D) dat onder leiding van Franse niet beëdigde priesters staat, studeert hij filosofie en theologie aan het groot seminarie van genoemde stad.

Na zijn priesterwijding in 1816 keert hij terug naar de Holland Zending (Holland heeft dan geen eigen bisschoppelijke organisatie maar is een missiegebied). Hier sticht hij uit eigen middelen het klein seminarie Hageveld bij Velsen, dat in een korte tijd tot grote bloei en vermaardheid komt. (Ergens tussen 1874 en 1883 schrijft C. Quant, Hagevelds eerste kwekeling: "De geest, die er heerschte, was die van een gelukkig huisgezin, waarvan President van Bommel de liefderijkste vader was, en de studenten de onderdanigste kinderen waren. De President was dikwijls als een van ons. Hij speelde met ons op het voorplein en, wat niet mag vergeten worden, in bijna alle spelen bezat hij een superioriteit, die verwonderlijk was". Na de dood van Cornelis van Bommel in 1852 schrijft een andere oud-leerling, Broere: "Hij wist de hem toevertrouwde jeugd te stemmen en al de snaren van hun gemoed te bespelen, Hij wist hen tot groot en edelmoedig streven, waarvoor deze leeftijd zoo vatbaar is,op te vorderen, en hun tegelijk die nederigheid in te prenten, die de noodzakelijke grondslag is der deugd. Daartoe ook waren zijn zuivere en strenge smaak en zijne beschaafde manieren van steeds voortdurende, ofschoon onmerkbare invloed. Echter het voornaamste was zijn eigen, welgegronde, verstandige godsvrucht. Dit was de grootste reden van zijne ter opvoeding zoozeer geschikte hoedanigheden, dit was de grond, waaruit de liefelijke bloemen schoten, die dit stil verblijf zoo veraangenaamden, dit maakte zijn bevelen zoo zacht, zijn omgeving zoo beminnelijk, bracht die opgeruimdheid voort, welke hem nimmer verliet, deed hem, ondanks zijne natuurlijke drift en voortvarendheid, op de ongedwongenste wijze altijd stipt, altijd net en ordelijk zijn").
Tijdens zijn bestuur over Hageveld constateert Cornelis mistoestanden in de Hollandse Missie. Hij probeert een sterker centraal gezag van de Kerk door te voeren. Op grond van koninklijke decreten van koning Willem I wordt Hageveld in 1825 gesloten. Toch probeert hij de katholieken met de koning te verzoenen door de onafhankelijkheid van de Kerk uit de grondwet van 1815 af te leiden.

12 Juni 1829 wordt Cornelis Richard Anton tot bisschop van Luik verheven. Van hieruit volgt hij de opstand en afscheiding van het Zuiden in 1830 (België) met een werkelijkheidszin die hem bij beide partijen verdacht maakt. (Prof. Schrant, zelf RK priester schrijft in die tijd: "Hoe is het mogelijk dat Kerkvoogden nog onlangs door 's Konings goedheid tot den hoogsten eeretrap toegelaten, zoo weinig hunne verpligting en den door hen afgelegden eed gedachtig zijn geweest? Zij toch hebben, in 's Konings handen en op het Heilige Evangelie aan Z. M. de Koning der Nederlanden, als hunnen Wettige Souverein, gehoorzaamheid en getrouwheid gezworen".

Ook vanuit Luik blijft Mgr. van Bommel de situatie van de katholieken in Noord Nederland beïnvloeden. Hij steunt in Nederland en in Rome de voorstanders van de herinvoering van een bischoppelijke kerkorganisatie. Hij is, samen en soms in concurrentie met Mgr. Zwijsen, een van de voornaamste krachten, die het Herstel van de Hiërarchie in Nederland in 1853 (een jaar na zijn dood) hebben voorbereid.

In de schoolstrijd is Mgr. van Bommel een figuur van Westeuropese betekenis. In een lijvig boek bespreekt hij zijn uitgangspunt. Alleen de katholieke kerk heeft krachtens haar goddelijke zending de taak te zorgen voor de morele en godsdienstige opvoeding van de jeugd. Cornelis pleit voor een samenwerking tussen staat en kerk: de staat moet voor de inrichting en de subsidiëring zorgen, terwijl de kerk moet zorgen voor bestuur en toezicht op de onderwijskundige zaken. De bisschop geeft zijn onderwijsvisie krachtig gestalte in eigen bisdom. In 1831 (Limburg hoort tot 1839 bij België) vestigt hij in de voormalige abdij van Rolduc een opleiding voor internen "die neiging voelen voor het priesterschap".

Ieder portret heeft twee kanten. Mgr. van Bommel handelde vaak impulsief en overmoedig. Hij mengde zich te vaak in actuele en tijdelijke zaken.

De gezondheid van Mgr. van Bommel is nooit uitstekend geweest: tijdens zijn studietijd had hij al last van een onwillige maag. Desalniettemin placht hij uitvoerig te dineren. In januari 1852 openbaart zich een ontsteking aan een long. De koning van België en vele autoriteiten zenden tijdens die periode van ziekte blijken van medeleven. Op 7 april 1852 overlijdt Mgr. van Bommel.

Na aanvankelijk te zijn bijgezet in het seminarie van Luik, ligt hij nu in een kripte van de kathedraal van Luik (voorin links, onder een nog niet van inscriptie voorziene steen.

Hij benoemt in zijn testament zijn volle nicht Jkvr. Paulina van Bommel (gehuwd Peyrot) tot zijn universele erfgenaam. Paulina is een volle nicht via haar moeder Cornelia Maria van der Kun (eerste vrouw van Jhr. Gerardus van Bommel) die een zus van de moeder van de bisschop is. Via de mannelijke lijn van haar vader is ze nog eens achter achter achternicht van de bisschop, echter zonder bloedverwantschap omdat deze relatie via een onechtelijke zoon verloopt.

Mgr. van Bommel vermaakt 6 obligaties van 1000 francs aan zijn neef en nicht van Berkel uit Delft als erkenning voor verleende diensten "dans une circonstance pénible de ma vie". (Dit heeft misschien betrekking op een dreigend faillisement van Jhr. G.A.M. van Bommel in 1826; zie onder G.A.M. van Bommel).
Ook de kinderen van Joannes Jacobus (JJ) van Bommel uit Posterholt erven "a titre de secours", obligaties van 1000 francs op voorwaarde dat ze niet tegen het testament protesteren.
De bisschop vermaakt zijn huis in Leiden "aux pouvres catholiques de ma ville natale" en op de dag van zijn begrafenis moet voor een waarde van drie duizend franc brood en aalmoesen uitgedeeld worden aan de armen in de parochies van Luik.

(Bronnen o.a.: Dr. A.F. Manning " De betekenis van C.R.A. van Bommel voor de Noordelijke Nederlanden" Spectrum 1956; Mark Hanson "Van Frans naar Nederlands", Maaslandse Monografieën 1990 en archiefstukken in het bisschoppelijk archief te Luik).


VIo-3 Martinus Josephus van BOMMEL
gedoopt, 14-09-1790, Tilburg, overleden, 18-06-1864, St Michielsgestel.
R.K. priester en directeur van het Instituut voor Doofstommen in Sint Michielsgestel.

Hij is een achterkleinzoon van Peter Jansen van Bommel die op zijn beurt een broer van de eerder beschreven Michiel van Bommel is. Zijn vader is Cornelis Adrianus van Bommel een welvarende "lakenfabrikant" uit Tilburg.

Martinus wordt op 27 Juni 1821 tot priester gewijd. Nog geen maand na zijn wijding wordt hij benoemd tot procureur van het seminarie te Herlaer. In 1826 volgt zijn benoeming tot kapelaan van Berchem (Noord Brabant). Na 3 jaar wordt hij in 1829 opnieuw procureur van het seminarie Herlaer. Vanaf 1842 verbindt hij dit ambt met dat van vice directeur van het instituut voor doofstommen te St. Michiels Gestel.

In 1851 wordt hij directeur van het instituut.
Met de grootste zorgvuldigheid en met voorbeeldigen ijver behartigde deze werkzame priester tegelijkertijd de tijdelijke belangen èn van het seminarie èn van het instituut.
(Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek 1ste deel, Leiden, 1911).


VIIIm-3 Maria Antonetta Johanna van BOMMEL (Mère Josephine)
geboren, 11-01-1867, Tilburg, overleden, 06-05-1944, Etten.
Overste van de Congregatie der Zusters Penitenten Recollectinen te Etten.

Zij is een nichtje (heeroomzegger) van de hierboven beschreven Martinus Josephus van Bommel (directeur doofstommeninstituut St. Michielsgestel).

In het boek "Geschiedenis der penitenten recollectinen van Etten" door M. Annette wordt een hoofdstuk gewijd aan Mère Josephine overste van 1925 tot 1937.
Enkele passages uit dit boek:

"Na haar kostschooljaren in de fijne sfeer van het ouderlijk huis op de Tilburgse Heuvel rijpte in Maria's hart langzaam maar zeker de roeping tot het kloosterleven. 1 Mei 1894 trad zij als postulante in te Etten. 26 Juli 1896 volgde haar H. Professie. Daarna wijdde zij zich aan het onderwijs in de kweekschool "'t Withof". Rekenles geven was daar haar fort.

In 1922 volgde haar benoeming tot Vicaresse.
In 1925 viel de taak van Algemene Overste ten deel aan de kleine, bescheiden, beminnelijke Vicaresse Soeur Marie Josephine van Bommel, die ten zeerste verbaasd over de uitslag van die verkiezing, toch in eenvoudig vertrouwen op God de last van het bestuur op zich nam."

Als Overste bouwt en breidt ze veel uit o.a. met nieuwe huizen te Lamswaarde, Rijsbergen, Klundert, het St. Clara Gesticht te Breda, het Petrus Donders klooster te Tilburg en uitbreidingen in de Missie. Ze ging in 1927 en 1933 op visitatie naar Borneo naar haar Zusters in de Missie.

"6 Augustus 1937 legde Mère Josephine haar functie, wegens vergevorderde leeftijd (70) neer. Na een val was ze haar laatste levensjaren in het eigen ziekenhuis Mariahof. Wat kwamen in die tijd haar nobele, minzame aard, haar eenvoud en nederigheid sterk uit!"


IXi-9 Antonius Jules Josephus Cornelis (Jules) van BOMMEL
geboren, 17-12-1901, Tilburg, overleden, november 1931 te Zahle (Syrie).
Journalist (Katholieke Illustratie).

Jules is een afstammeling in de vijfde generatie van Peter Janssen van Bommel die op zijn beurt een broer is van de eerder beschreven Michiel van Bommel.

De globetrotter Jules overlijdt op 30 jarige leeftijd in het gasthuis te Zahle bij Beyrouth Grand Liban (Syrie). Op zijn bidprentje staat:

"Groot ijveraar voor den wereldvrede stierf hij in vrede, tijdig voorzien van de laatste H.H. Sacramenten, in volle overgeving aan Gods H. Wil tot voorbeeld aller inwonenden en omstaanders."

Overlijdensbericht van Jules van Bommel in de Katholieke Illustratie van 23 december 1931.
ga naar andere foto's

Hij is bij het fotograferen vanaf een hotelbalkon naar beneden gevallen. Dit ondanks een waarschuwing van de hotelier niet op de balustrade te leunen. Hij wordt met gebroken armen en benen opgenomen in het gasthuis. Hij loopt de complicaties tyfus en longontsteking op en overlijdt aan de gevolgen. (bron: zijn neef en nicht Jan en Ans Vos). Hij is niet gehuwd.