PERSOONSBESCHRIJVINGEN
van de Limburg-tak

horizontal rule



Vf Martinus Theodorus van BOMMEL
gedoopt, 10-06-1735, Tilburg, overleden, 24-09-1783, Tilburg
Textielfabrikant. Gehuwd met Gertrudis Elisabeth SCHONEUS.

Martinus, een zoon van de eerder beschreven Michiel van Bommel is geboren in Tilburg. Hij woont en werkt een hele tijd in Leiden en later in Tilburg waar hij overlijdt.
In 1775 ontvangt hij als vader en voogd van zijn vier minderjarige kinderen 2000 gulden als legaat van wijlen Alexander Le Breton van Doeswerff.

Het tot ongeveer 1985 in de Bisschop Zwijsenstraat langs de straat staand pand "Triborgh" was een deel van het in 1766 voor Martinus van Bommel gebouwd fabrieksgebouw waarin handweefgetouwen waren opgesteld. Het was een van de eerste fabrieksgebouwen met twee verdiepingen. In 1782 koopt Pieter Vreede deze fabriek.
Martinus koopt in 1770 in Breda een pakhuis als "burger van Breda meede woonaghtigh tot Leyden".

Martinus is deken van de Tilburgse jachtsocieteit Sint Hubertus.

Na de dood van Martinus in 1783 wordt door zijn zwager Cornelis Dubbelmuts de inventaris opgemaakt van zijn bezittingen. Hieruit blijkt o.a. dat hij eigenaar is van het volgende:
"Zijn eigen woonhuis met vele kamers vol met een uitgebreide huisraad.
Een groote huysinge, schuur, stal, kockshuys, tuyn en tuynhuys alsmede een bosch; in huur bij Willem de Canter voor vijfen twintig guldens 's jaars.
Eene huysinge met een kleyn huysje in den tuyn; in huur bij de heer overste Wertmulder voor een hondert twee guldens 's jaars. Een huysje en hof; in huur bij Jan van Berkel voor dertig guldens 's jaars.
Een huysinge, schop en hof met een hoekje eyken bosch; in huur bij Gijsbert Korthout voor vijf en dertig guldens 's jaars.
Een kelder grafsteede binnen de stad Leyden leggende in de Hooglandse Kerk.
Een grafsteede tot Tilborgh In de Groote kerke aldaar."

Dezelfde inventaris geeft "van Stuck tot Stuck" de vele boeken die "zig bevinden in de biblioteecq kast". Enkele namen:
"Alle de werken van J Cats.
Het algemeene groot naam en woordeboek van den gansche H. Bijbel in drie deelen.
Beschrijving van Spanje en Portugal reyzen.
Naukeurige beschrijvinge van Asia behelsende de gewesten van Mesopotanie, Babilonie.
Handvesten, Privileges, Octroyen in de stad Leyden.
Vertoog hoe nuttig het zoude zijn voor de meyereye van S Bosch, de heyde tot bouwland te maaken.
Vermakelijckheeden van Brabant in vier deelen.
Tegenwoordige stant der Vereenigde Nederlanden in twaalf deelen."


VIf Joannes Jacobus van BOMMEL
gedoopt, 14-11-1761, Leiden, overleden, 21-12-1846, Posterholt
Militair. Gehuwd (1) met Freifrau Eleonora Frederica von BERGH GNT DÜRFFENTHAL, overleden op 30-01-1805 te Thorn. Gehuwd (2) met Anna Maria Josepha PUSTJENS.

Joannes Jacobus (we zullen hem JJ noemen) is een zoon van de eerder beschreven Martinus Theodorus van BOMMEL.
JJ is in zijn jonge jaren in dienst van "Zijne Doorluchtige Hoogheit den Heere Keurvorst van Paltz Beieren" zoals uit een testament uit 1800 van twee tantes van hem blijkt (Breda N 063 fol. 2.). Deze keurvorst is Karl-Theodor.  Als JJ in 1810 in Thorn getuige is bij het huwelijk van zijn nicht staat hij vermeld als "ancien Lieutenant Colonel de Cavalerie au service du Roy de Bavière" (oud luitenant-kolonel van de cavalerie in dienst van de Koning van Beieren). In 1802 verschijnt er in Neurenberg in het Frans en het Duits  een boek van "van Bommel,  Lieutenant-Colonel du Régiment Prince de Linange (Leiningen in het Duits), Cheveaux-légers au service de S.A.S. Electoral Bavaro-Palatine (Beieren in Duitsland)". Het behandelt in twee delen (319 paginas), practische en tactische aanwijzigingen voor de cavalerie. ("Essai sur la Maniére de former une Troupe à cheval, avec différentes observations sur la Tactique de la Cavalerie"). De schrijver moet "onze" JJ zijn. De franse versie van het boek staat in de Bibliothèque Nationale de France - Richelieu (R-24814).

jjboek.jpg (23897 bytes)

Foto van de cover van het boek van Joannes Jacobus van Bommel. (Bibliotheque Nationale de France)

ga naar andere foto's

kijk naar de tekst van het boek van JJ


Bij de geboorte van zijn eerste kind Jaquette in 1804 in Thorn, staat, evenals bij bijna alle geboortes van zijn andere kinderen, als beroep "rentenier".

Zijn eerste vrouw Eleonora is van een oud adellijk geslacht uit het land van Gulik (Jülich tussen Aken en Keulen). Gulik behoort in deze tijd aan het geslacht Paltz Sulzbach, dat de keurvorstelijke waardigheid in Beieren heeft.

Eleonara erft van haar vader "Johannsgut" bij Zendscheid. Haar man Johannes Jacobus verkoopt het. In 1803 koopt het echtpaar in Thorn een woonhuis van prinses Clementina Francisca Ernestine von Hessen Rheinfels Rotenburg. Zij is de laatste decanes van het stift Thorn. Het kapitale huis ligt aan de Wijngaard (nu nr. 5 7) en is bekend als "het huis der laatste decanes". (bron: De Limburgsche Leeuw, 1953).

Het woonhuis van JJ van Bommel in Thorn dat hij in 1803 koopt van prinses Clementina von Hessen-Rheinfels-Rotenburg, de laatste decanes van het Stift Thorn. Het huis is nu nog bekend als het huis der laatste decanes (Wijngaard 5-7).
ga naar andere foto's


JJ hertrouwt op 65 jarige leeftijd in 1827 te Echt met de 42 jarige Anna Maria Josepha PUSTJENS.
De ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft bij hun huwelijk o.a.: "naar hun voorgelezen te hebben het Zesde Kapittel van den titel van het Burgerlijk Wetboek zakende het huwelijk, hebben wij aan den aanstaanden man en de aanstaande vrouw gevraagt of zij elkanderen nemen voor man en vrouw ieder van hen beurtelings geantwoord hebbende van Ja, verklaren wij in naam van de Wet dat den Heer Joannes Jacobus Van Bommel en Vrouwe Anna Maria Josepha Peystiens door het huwelijksband vereenigd zijn en terstond hebben ons beide verklaart dat van hun gebooren zijn zes kinderen een van 't mannelijk en vijf van het vrouwelijk geslacht ....(de namen en geboortedata van deze nog levende kinderen volgen) .... welke zoon en dogters zij verklaren te zijn hunne kinderen".

Laatste gedeelte van de huwelijksakte van Joannes Jacobus van Bommel en Anna Maria Josepha Pustjens (14-09-1827).
"en allen Vier meerderjarig, dewelke dezen akte met ons en de Komparanten naar Voorleezing hebben geteekend, behalven de bruyd die verklaard niet te kunnen schrijven"
ga naar andere foto's

Al de kinderen zijn bij hun geboorte onder de naam Pustjens aangegeven. Niet altijd geeft JJ de geboorte zelf aan, bij de geboorte van Joannes Theodorus Augustinus doet hij dit wel, we lezen dan: "Joannes Theodorus Augustinus Pustjens, geboren van zijn onwettige vrouw".
Vanaf het huwelijk in 1827 worden alle kinderen naar hun natuurlijke vader "van Bommel" genoemd.

JJ koopt in 1821 als hij op de Diergaarde in Echt woont, een "huiz met stallinge, moeshoffe en waterput" in Montfort voor fl 1050,84.

Van de oorspronkelijke welvarendheid van JJ en zijn voorgeslacht (zeer welgestelde textielfabrikanten uit Leiden) blijkt niets meer als we naar de beroepen van zijn kinderen kijken: dienstmeid, dagloner, landbouwer en landbouwster. Nakomelingen van JJ wonen nu nog in Limburg en een enkeling in Duitsland.

Uit de memorie van successie van Johannes Jacobus (Posterholt 16 3 1847) blijkt dat hij 8 stukken bouwland op het Eijkkersveld (totaal ongeveer 300 roede), 1 stuk hooiland (59 roede) en een huis met schuur en tuin van 5 roede gelegen aan de Eijkland in Vlodrop, heeft.

Cornelis van Bommel, de bisschop van Luik, schrijft in zijn testament van 1850 o.a. (vertaald uit het frans):
"ik laat na, als bijstand, aan de kinderen van wijlen Jean van Bommel in het dorp Posterholt, 6 obligaties van 1000 francs, op voorwaarde dat dit hun ter hand wordt gesteld en na wijze beschikking van de familie van Berkel uit Delft, en ook op voorwaarde dat ze niet protesteren tegen het huidige testament".
Via de mannelijke van Bommel lijn is Joannes Jacobus slechts een "achter achteroom" van de bisschop. Een zus van Joannes Jacobus, Johanna Catharina van Bommel, is via haar man, Anthony Petrus van der Kun, een volle, aangetrouwde, nicht van de bisschop!


VIg Catharina Adriana van BOMMEL
gedoopt, 05-12-1763, Leiden, overleden, 29-03-1793, Thorn.
Gehuwd met Jacobus Norbertus van den SCHOOR.

Zij is een dochter van Martinus Theodorus van BOMMEL en een jongere zus van de bovenbeschreven JJ van Bommel.

Vanaf de elfde eeuw kent Thorn een wereldlijk klooster (stift), met vrouwelijke leden, meestal van adelijk geslacht, die geen gelofte af leggen. Het stift staat onder leiding van een abdis. Sinds de zestiende eeuw is het land van Thorn een Rijksvorstendom, deel uitmakend van het Heilig Rooms Duitse Rijk, onder leiding van een vorstin abdis. De laatste vorstin abdis is Maria Cunegondis van Saksen een dochter van de keurvorst van Saksen en koning van Polen, Frederik August.

In dit "Ancien Régime" speelt Jacob Norbert van den Schoor de echtgenoot van Catharina Adriana van Bommel, een vooraanstaande rol aan de zijde van de laatste vorstin abdis.
Hij is haar hofraad en hoogschout van Thorn. De dochter van het echtpaar van den Schoor van Bommel (Cunegondis Maria) is vernoemd naar de laatste vorstin abdis.
In 1794 wordt Thorn door de Fransen bezet en de vorstin vlucht en haar bezittingen mogen worden verkocht. Van den Schoor probeert goederen op te kopen om voor het stift te redden wat er te redden valt. Uiteindelijk wordt hij tot "émigré" verklaard: hij moet vluchten uit zijn monumentaal hoekhuis in Thorn (nu Hoogstraat 33). Hier vestigt zich dan de handlanger van de Fransen, notaris Jan Mathijs Dodé, die in het huis in 1799 wordt doodgeschoten.

Het nog bestaande woonhuis in Thorn (Hoogstraat 33) van Jacobus van den Schoor en zijn vrouw Catharina van Bommel. Catharina sterft hier in 1793. Nadat Jacobus in de franse tijd moet vluchten wordt in dit huis in 1799 de notaris Dodé, handlanger van de Fransen, doodgeschoten.
ga naar andere foto's

Van den Schoor keert na enkele jaren terug in Thorn en krijgt in 1803 eerherstel. Hij neemt weer zijn intrek in het huis aan de Hoogstraat en koopt zijn verbeurd verklaarde goederen terug. Nog onder Napoleon wordt hij in 1807 Maire van Thorn en later, onder het Nederlandse gezag, burgemeester.

Hij is voor heel Limburg ook belangrijk als inspecteur van het onderwijs (ouderdomsdeken). Van den Schoor is steeds een figuur van onkreukbare trouw aan zijn vorstin, later aan koning Willem I, en tevens aan de kerk geweest. In zoverre bleef hij een vertegenwoordiger van het "Ancien Régime". Hij genoot in de streek een groot prestige: waar menigeen in gelijke positie zich verrijkte ten koste van kerkelijk bezit en andere geconfisceerde goederen, liet hij bij zijn dood slechts een bescheiden bezit na. (bron o.a: Limburgsche Leeuw, 1962 en "Het lager onderwijs in de provincie Limburg 1815 1830" door J. Brepoels 1975).

Zoals eerder beschreven koopt de broer van Catharina Adriana van Bommel, Johannes Jacobus (JJ) in 1803 ook een huis in Thorn.